De kwaliteit van diamanten

Er zijn in de wereld een aantal laboratoria waar de kwaliteit van diamanten wordt bepaald. Hiertoe behoort ook het Nederlands Edelsteen Laboratorium in Leiden. Het bepalen van de kwaliteit is van belang bij de vaststelling van de waarde van een diamant. Voor dit artikel gingen we te rade bij de gezaghebbende site science.naturalis.nl.

Kwaliteitsbepaling

De waarde van diamant is afhankelijk van vier factoren, in het Engels de “4C’s” genoemd:
• colour (kleur)
• clarity (zuiverheid)
• cut (slijpsel)
• carat weight (het gewicht in karaat)
Voor het bepalen van de kleur wordt gebruik gemaakt van een serie vergelijkingsstenen (“master-stones”) die in elk laboratorium aanwezig is en samengesteld door deskundigen in gezamelijk overleg. In het algemeen geldt dat hoe witter een diamant is hoe groter de waarde. De zuiverheid wordt vastgesteld met een loep die tienmaal vergroot. Men spreekt van loepzuiver als door een behoorlijk vakman onder goede lichtomstandigheden, in een steen geen insluitsels zijn te ontdekken. Ziet hij met veel moeite wel iets dan spreekt men van vvs (very very small) of vs (very small), is het snel te zien dan gebruikt men de term si (small inclusions). Als insluitsels met het blote oog te zien zijn dan wordt van piqué gesproken. Het slijpsel wordt vergeleken met een theoretisch ideale briljantvorm in een proportiescoop. Nagegaan wordt of de verhoudingen binnen een bepaalde tolerantie vallen, dit geldt ook voor de hoeken. Van veel belang is hierbij of het geheel wel symmetrisch is en of de facetranden elkaar wel in één punt ontmoeten. Het gewicht is zeer eenvoudig nauwkeurig vast te stellen met electronische karaatbalansen. In het algemeen weegt men tot in de derde decimaal. Op rapporten worden slechts twee decimalen vermeld. Het gradueren van diamant is een onmisbare techniek geworden omdat de waarde van de steen geheel afhankelijk is van de resultaten van het onderzoek. Een voorwaarde is wel dat de steen niet gezet is. Juist bij zeer goede kwaliteitsstenen kunnen enorme waardeverschillen optreden als niet op de juiste wijze is gewerkt. Over de kleur en de zuiverheid zijn internationale afspraken gemaakt.

Oorsprong van een “fantasie” kleur

Diamanten hebben in het algemeen een lichtgele tint of zijn kleurloos (wit). Toch kan een diamant ook een heel sprekende kleur hebben, zoals knalgeel (“kanarie”geel), roze, groen, blauw en in een enkel geval zelfs rood. Diamanten met deze kleuren zijn erg zeldzaam en dus ook heel kostbaar. Nu is men in staat lichtgele diamanten te bestralen en te verhitten, zodanig dat de diamant een gewenste fantasiekleur krijgt. Het spreekt vanzelf dat deze in een laboratorium gekleurde diamanten veel meer voorkomen (en minder waard zijn) dan de in de natuur gekleurde diamanten. In het Nederlands Edelsteen Laboratorium kan bepaald worden of een diamant daadwerkelijk een natuurlijke kleur heeft, of dat de kleur pas later aangebracht is.

Kleurenschaal

CIBJO* GIA**
fijnste wit+ D
fijnste wit E
fijn wit+ F
fijn wit G
wit H
licht getint wit I
J
getint wit K
L
getinte kleur M, N, …Z
fantasie kleur
* CIBJO = Confederation Internationale de la Bijouterie, Joaillerie, Orfevrerie, Des Diamants Perles et Pierres (World Jewellery Confederation).
** GIA = Gemological Institute of America

Zuiverheidsschaal

De zuiverheid van een diamant moet worden bepaald door een geoefend vakman, bij een tienvoudige vergroting in normaal licht door middel van een achromatische, aplanatische loep. Ze wordt als volgt beschreven.
Loepzuiver (LZ): Bij beoordeling wordt de diamant met inachtneming van de hierboven genoemde voorschriften volkomen doorzichtig en vrij van insluitsels bevonden.
VVS
(vvs 1, vvs 2) Zeer, zeer klein(e) insluitsel(s), met een 10x vergrotende loep slechts zeer moeilijk waarneembaar.
VS
(vs 1, vs 2) Zeer klein(e) insluitsel(s) met een 10x vergrotende loep moeilijk waarneembaar.
SI Klein(e) insluitsel(s), gemakkelijk te herkennen bij een 10x vergrotende loep, doch met het blote oog door de bovenzijde onzichtbaar.
P I
(Piqué I) Onmiddelijk zichtba(a)r(e) insluitsel(s) met een 10x vergrotende loep, moeilijk te zien met het blote oog door de bovenzijde, dat (die) de schittering van de diamant niet noemenswaardig beïnvloed(t)(en).
P II
(Piqué II) Gro(o)t(e) en/of talrijke insluitsel(s) gemakkelijk zichtbaar met het blote oog door de bovenzijde en dat (die) de schittering van de diamant in geringe mate beïnvloed(t)(en).
P III
(Piqué III) Gro(o)t(e) en/of talrijke insluitsel(s) zeer gemakkelijk zichtbaar met het blote oog door de bovenzijde en dat (die) bovendien de schittering van de diamant duidelijk beïnvloed(t)(en).
Termen als “zuiver”, “oogzuiver”, “handelszuiver” of andere misleidende uitdrukkingen of definities mogen niet worden gebruikt.

Bron: science.naturalis.nl

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *