Grootste bank van China investeert in Antwerpse diamant

De ICBC, de grootste bank van China,ziet brood in de Antwerpse diamantsector. Bewijs is de overeenkomst tussen de bank en het Antwerp World Diamond Centre (AWDC). De ICBC zal de Antwerpse diamantairs financieel ondersteunen en levert zo een substantiële bijdrage tot de verdere ontwikkeling van de diamantsector in ons land.

Investeringsalternatief

ICBC was al enige tijd op zoek naar een investeringsalternatief voor haar zowat 250 miljoen klanten en heeft die met de Antwerpse diamantsector nu gevonden. Het gaat om de derde grootste bank van de wereld. Net als andere banken die al actief zijn in de sector, zal ICBC onder meer prefinanciering bieden bij de aankoop van diamanten.
Goed nieuws dus voor de sector die een steuntje in de rug best kan gebruiken.

Diamant als verlovingsggeschenk

In China zelf stijgt het diamantverbruik gevoelig, vorig jaar zelf met ruim 25%. Steeds meer vrouwen krijgen bij wijze van verlovingsgeschenk een diamant, en vaak is er dat een die in Antwerpen bewerkt werd.

Expres.be

Ook de nieuwssite expres.be besteedt aandacht aan dit nieuws. We lazen er onderstaand bericht van M.H.
“De Industrial and Commercial Bank of China (ICBC) gaat investeren in de Antwerpse diamantsector. Daarover heeft ICBC, de grootste bank van China, een akkoord gesloten met het Antwerp World Diamond Centre (AWDC). De Antwerpse diamantsector moet de klanten van de Chinese bank een nieuw investeringsalternatief bieden. Onder meer zal ICBC, een bank met 240 klanten, prefinanciering aanbieden bij de aankoop van diamanten.

Eerste keer

Ari Epstein, chief executive van het Antwerp World Diamond Centre, benadrukt dat het de eerste keer is dat een Chinese bank een dergelijk akkoord afsluit. Antwerpen is het eerste diamantcentrum dat op deze manier een aanwezigheid krijgt in China, dat als één van de grootste groeimarkten voor de sector wordt beschouwd. Op dit ogenblik wordt de Antwerpse diamantsector vooral gefinancierd door ABN Amro, de Antwerpse Diamantbank en Indiase banken. (MH)”

Gearchiveerd onder: Diamant algemeen | Gepost op 25 oktober 2011 door StefaanVL | Geen commentaar »

Antwerpen diamantstad

Antwerpen blijft meer dan ook de iamantstad bij uitstek. We nemen u graag even mee op wandeling door de diamantwijk van de Sinjorenstad met als hoogtepunt het Diamantmuseum.

Wie de geschiedenis van diamant kent, weet uiteraard dat destijds in de Middeleeuwen Brugge het centrum van de wereldhandel in diamant was, maar deze reputatie bij het verzanden van het Zwin aan Antwerpen verloor. De Sinjorenstad is nog steeds de plek bij uitstek voor wie graag een bezoekje brengt aan het indrukwekkende Diamantmuseum en ter plaatse bij een van de vele diamantverkopers een prachtige juweeltje mee naar huis neemt. Antwerp diamant blijft een ijzersterke internationaal vermaarde formule.

Flirt tussen mens en diamant

Het schitterende, oogverblindende steentje waar elke trouwlustige vrouw van droomt en die het beste in haar naar boven brengt, is in Antwerpen een dagdagelijkse realiteit. De eeuwenoude flirt tussen mens en diamant werd al vaak bezongen, maar is nergens zo waarheidsgetrouw als in Antwerpen, die prachtige diamantstad die de wereld ons benijdt. Want overal op aarde wordt diamant meteen met Antwerpen geassocieerd.

Wandeling in de diamantwijk

Wil je Antwerpen diamantstad eens grondig verkennen, dan neem je deel aan een heuse diamantwandeling doorheen de stad.
Tijdens deze wandeling herbeleef je de hoogdagen, de bijna ondergang en tenslotte de wederopstanding van de Antwerpse diamantnijverheid in de 19de eeuw, het hoogtepunt van de diamanthandel in ons land.
Vervolgens slenter je langs de grote winkelstraten richting Centraal Station, en daar sta je in het hart van de diamantwijk. Je kent hier nooit alleen, want een bonte mix van verschillende nationaliteiten flaneert hier taxerend door de straten, druk onderhandelend op weg van de ene transactie naar de andere.. In de schatkamers tenslotte, mag je je voluit vergapen aan unieke diamantcreaties voor eigentijdse en historische diamantjuwelen.

Diamantmuseum op Astridplein

Een bezoek aan Antwerpen diamantstad is niet volledig zonder een stop in het Diamantmuseum aan het Astridplein. Hier kom je alles te weten over de geschiedenis van de diamant, maar ook het bewerkingsproces en het belang van Antwerpen in de diamantwereld. Je komt er alle fonkelende diamantjuwelen te weten en kunt er genieten van vaste en tijdelijke tentoonstellingen zodat je voortaan een echte diamantkenner bent.
Kijken, luisteren en voelen: bijna alle zintuigen worden in het museum geprikkeld om je te laten kennis maken met diamant in al haar facetten, en dat zijn er heel wat. De gids begeleidt je doorheen het diamantverhaal waarbij vooral de mens centraal staat: de vindplaatsen, de exploitatie, de verwerking, de toepassingen.
Hoogtepunt van het museum is een bezoek aan de schatkamer met kostbare diamanten die je alleen maar doet wegdromen van deze mooie steentjes.

Diamanten kopen

Bewapend met al deze kennis heb je wellicht zin om zelf ook diamant te kopen. Daar bestaat in Antwerpen alle mogelijkheid toe. Antwerpen diamantstad heeft diamant ter beschikking voor ieders beurs en het is een fantastisch souvenir dat bovendien nog een goede investering is ook.
Laat je in ieder geval grondig informeren en doe beroep op een professionele firma. Daar kan men perfect je wensen inschatten en je diamant voorstellen die voldoet aan je wensen en je portefeuille.

Gearchiveerd onder: Diamant algemeen, Geschiedenis diamant | Gepost op 24 oktober 2011 door StefaanVL | Geen commentaar »

Botswana bouwt gigantische diamantmijn

De regering van Botswana heeft het groene licht gegeven voor de bouw van een gigantische mijn ter waarde van US $3 miljard in het Centraal Kalahari Natuurreservaat. Dit besluit werd genomen voordat de rechter uitspraak heeft gedaan in de beroepszaak die de Bosjesmannen tegen de regering hebben aangespannen vanwege diens weigering om hen gebruik te laten te maken van de daar aanwezige waterbron, meldt de website www.survivalinternational.nl.

Gem Diamonds

Gem Diamonds verklaarde vandaag dat haar aanvraag om een enorme diamantmijn te bouwen nabij de Bosjesmannengemeenschap Gope in het reservaat was ingewilligd. Volgens het mijnbouwbedrijf hebben de betrokken Bosjesmannen ingestemd met dit plan.

Bosjesmannen

Survival heeft Gem Diamands echter herhaaldelijk laten weten dat de Bosjesmannen het recht hebben op een onafhankelijk advies dat gebaseerd is op de mogelijke gevolgen die de mijn met zich mee zal brengen. De Bosjesmannen hebben echter nog nooit een dergelijk advies gekregen. Velen van hen wiens land zal worden aangetast leven nog steeds in de opvangkampen buiten het reservaat waar ze sinds hun uitzetting in 2002 verblijven. Ze worden hiertoe gedwongen omdat de regering hen verbiedt om in het reservaat te jagen of gebruik te maken van de daar aanwezige waterput.
Survival en de Bosjesmannen hebben vanaf het begin aangegeven dat de uitzetting van de Bosjesmannen was bedoeld om de weg vrij de maken voor de exploitatie van een diamantmijn. De regering heeft dit altijd ontkend met het argument dat de diamantafzetting van Gope ‘niet economisch rendabel’ zou zijn.
Een Bosjesman, die anoniem wil blijven, zei : “Waarom kiest de regering ervoor om de mijnvergunning nu af te geven, terwijl onze beroepsprocedure om toegang tot onze waterput nog in behandeling is? Het lijkt wel of dit hun antwoord op onze zaak is. Zo zeggen ze ons dat zelfs als we onze rechtszaak winnen en toegang tot water krijgen, de bouw van de diamantmijn door zal gaan.
“Dit is het bewijs dat het argument van de regering dat ze niet willen dat wij in het Centraal Kalahari Natuurreservaat wonen omdat het wild beschermd moet worden, een leugen is. Wat denken ze? Wat vormt een grotere bedreiging voor het wild? De mensen die er al duizenden jaren wonen of een mijn van 3 miljard dollar, met wegen, elektriciteitsleidingen, duizenden tonnen afval en honderden mensen die door het gebied komen en gaan?”
Stephen Corry, directeur van Survival International, verklaarde vandaag: “De claim van Gem Diamonds dat de Bosjesmannen akkoord gaan met de bouw van de mijn is lachwekkend, zoniet tragisch. Hoe kunnen mensen die de toegang tot water verboden wordt om hen te forceren het reservaat te verlaten, in de positie zijn om hun vrijwillige, voorafgaande en geïnformeerde toestemming te geven? Temeer omdat niemand buiten Gem Diamonds en de regering hen heeft uitgelegd wat de impact voor hen zou kunnen zijn van deze enorme mijn. Al jaren roept Survival dat de regering diamantmijnbouw in het reservaat wil toestaan. De regering ontkende het, maar jammer genoeg blijken we toch gelijk te hebben.”

Bron: www.survivalinternational.nl

Gearchiveerd onder: Diamant algemeen | Gepost op 7 oktober 2011 door StefaanVL | Geen commentaar »

De duistere diamant, strip en film van Suske en Wiske

De duistere diamant is een stripverhaal uit de reeks van Suske en Wiske. Het is geschreven door Willy Vandersteen en gepubliceerd in De Standaard en Het Nieuwsblad van 28 februari 1958 tot en met 10 juli 1958. De eerste albumuitgave was in 1958.

Personages

In dit verhaal spelen de volgende personages mee:
Suske, Wiske met Schanulleke, tante Sidonia, Lambik, Jerom, professor Barabas, Alwina, Baron Rijkopers, de pers, de Vierschaar, de Piekeniers, boogschutters, de Zwarte Ridder, de geest van de Alchemist.
bewerken

Dit verhaal speelt zich af op de volgende locaties:
• De Ganzenhoeve
• Het kasteel van de baron
• Het moeras waar altijd mist hangt
• De druïdentempel
• De toren van de magiër

Uitvindingen

In dit verhaal spelen de volgende uitvindingen een rol:
• de teletijdmachine, armbanden om terug naar het heden te gaan.

Het verhaal

Lambik vraagt Suske, Wiske en tante Sidonia mee op vakantie op een oude boerderij “De Ganzenhoeve”. Jerom gaat niet mee, hij werkt op het ministerie. De eigenares van de boerderij, Alwina, wordt gemeden door de lokale bevolking. Suske en Wiske vinden in het naburige moeras een zwarte diamant. Alwina vertelt de legende over een toren in het moeras, die later inderdaad door Lambik wordt gevonden. De zwarte diamant wordt verkocht aan baron Rijnkopers, die een presentatie voor de pers organiseert. Suske en Wiske worden daar beschuldigd van diefstal van de diamant, en vluchten met de teletijdmachine naar het verleden (omstreeks 1400).
In het verleden aangekomen neemt Wiske een foto met flits en wordt op de brandstapel gezet, nadat ze door de Vierschaar is veroordeeld als heks. Ze wordt net op tijd gered doordat Lambik, tante Sidonia en Alwina ook op het marktplein aankomen. De jeep wordt aangevallen door de lokale drakendoder, maar de vrienden ontsnappen. Professor Barabas heeft armbanden uitgevonden, waarmee je weer naar het heden terug kan gaan als de teletijdmachine hapert.

De duistere diamant (film)

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie

Regie Rudi Van Den Bossche

Productie Antonino Lombardo
Peter van den Dungen
Hetty Naaijkens – Retel Helmrich

Script Willy Vandersteen (strip)
Patricia Beysens (script)
Ilse Somers (script)

Hoofdrollen Joeri Busschots
Céline Verbeeck
Dirk Roofthooft
Thekla Reuten

Muziek Brian Clifton

Cinematografie Gerd Schelfhout

Uitgebracht 18 februari 2004
19 februari 2004

Genre Avontuur / Familie
Lengte 88 minuten
Taal Nederlands

Land België

De duistere diamant is een film uit 2004 naar de strip De duistere diamant van Willy Vandersteen onder regie van Rudi Van Den Bossche.
In 2001 werd bekend gemaakt dat er plannen waren voor een live-action-film. De opnamen vingen aan in de zomer van 2003, na vertragingen met de dure special effects en veranderingen in de cast. De duistere diamant ging in première op 18 (België) en 19 (Nederland) februari 2004.

Bron: wikipedia

Gearchiveerd onder: Diamant algemeen, Geschiedenis diamant | Gepost op 12 september 2011 door StefaanVL | Geen commentaar »

Antwerpse diamantsector fraudeert voor meer dan een miljard in Zwitserland

Honderden Belgen houden meer dan een miljard dollar (700.000 euro) verborgen bij het Zwitserse filiaal van de Britse bank HSBC. Allemaal geldt afkomstig van diamanten, wat de sector verdacht maakt.

Gearchiveerd onder: Diamant algemeen | Gepost op 3 september 2011 door StefaanVL | Geen commentaar »

Spreekbeurt over diamant

Edelstenen worden meestal in de rotsen van bergen gevonden. In Europa kun je ze vinden in Duitsland, Rusland en Italë. Maar de bekendste edelstenen zoals de diamant, robijn en smaragd vind je in Zuid-Amerika, India en Afrika.
Diamanten zijn de meest geliefde en daardoor ook de duurste edelstenen. De naam diamant komt uit het Grieks en betekent “onoverwinnelijk”. De eerste diamanten zijn ongeveer 2000 jaar geleden in een rivier in India gevonden. De meest bekende diamant is de Koh-i-noor. Deze naam betekent “berg van licht”. Hij is gevonden in India.
De grootste diamant ter wereld is in Zuid-Afrika gevonden en weegt 620 gram, meer dan een pond!!
Deze twee diamanten liggen nu bij de kroonjuwelen van de koningin van Engeland.

Hoe edelstenen zoeken

Als je edelstenen gaat zoeken heb je wel enkele gereedschappen nodig om de stenen uit de bergen te hakken. Je hebt bijvoorbeeld een pikhouweel nodig. Dit is een soort hamer met een scherpe punt.
Een beitel en een borstel komen ook goed van pas. Je kunt met de beitel de stenen uit de rots hakken. Met de borstel kun je zachte gesteente weg halen. Een veiligheidsbril, handschoenen en een helm zijn ook nodig omdat je in de rotsen gemakkelijk je hoofd kunt stoten, je handen kapot kunt maken of vuil in je ogen kunt krijgen.
Let dus altijd goed op. Je mag ook zelf niet overal zomaar gaan graven. Je moet er wel toestemming voor krijgen. Ook in de zee kun je edelstenen vinden. Zo kunnen sommige schelpdieren parels maken. Ze zijn niet zo hard als diamant maar zijn erg gewild omdat ze ook zo mooi zijn.
Hoe edelstenen bewerken

Als edelstenen uit de mijnen worden gehakt, zijn ze nog niet klaar voor gebruik. Voordat men ze kan gebruiken, moet één en ander gebeuren. Om hun schoonheid goed te laten zien, worden edelstenen geslepen en gepolijst, waardoor de steen een vorm krijgt en gaat glanzen en schitteren. Dit doet men met een machine die een beetje op een wasmachine lijkt. Men doet er dan geen was in maar stenen, schuurmiddel en een beetje water. Voor een spiegelglans moet je soms weken doorgaan met dit polijsten.
Een ruwe diamant bijvoorbeeld, zo heet een diamant die nog niet bewerkt is, wordt eerst door een andere diamant op een draaibank gesneden om een vorm te krijgen. Daarna wordt hij afgeslepen, dat wil zeggen vlak gemaakt. Daarna worden er facetten aangebracht waardoor de glans optimaal wordt.
Dan pas is de diamant klaar voor gebruik in een ring, ketting of iets anders.
De bekendste steden waar diamanten worden geslepen zijn Amsterdam en Antwerpen.
Sommige stenen worden in een speciale verf gelegd en veel andere stenen worden verhit om een mooie zeldzame kleur te krijgen.

Doel van edelstenen

De mens wilde altijd al heel graag edelstenen hebben omdat ze zo mooi zijn. Ze worden verwerkt in kronen, kettingen, oorbellen, armbanden juwelen en heel veel andere sieraden. Men draagt ze om te laten zien dat men erg rijk is. Denk maar aan rijke adellijke families, koningen en koninginnen en sultans.

Geboortestenen

In de sterrenkunde heeft elke maand een of meer geboortestenen.
Veel mensen geloven dat het dragen ervan geluk brengt.
Hieronder een lijst met geboortestenen:
Januari Granaat
Februari Amethist
Maart Aquamarijn
April Diamant
Mei Smaragd
Juni Parel
Juli Robijn
Augustus Peridoot
September Saffier
Oktober Opaal
November Topaas
December Turkoois

Maar de meeste diamanten worden voor andere dingen gebruikt.
Bijvoorbeeld in de punt van de boor van de tandarts, op zaagbladen en ook op de punt van de steenboor van je vader zitten stukjes diamant.
Tot slot vind je ook zeer veel namaak diamanten. Dit komt omdat de echte diamanten erg duur en zeldzaam zijn. Ze worden dan gemaakt van gewoon glas of bergkristal. Dan heten ze imitatie.
Je moet wel goed uitkijken of iets echt of nep is want ze kunnen bijna perfect na worden gemaakt zodat je het verschil bijna niet kunt zien. Maar door er stevig op te krassen zie je welke de echte diamant is.

Bron: www.gerardlenting.nl

Gearchiveerd onder: Diamant algemeen | Gepost op 12 augustus 2011 door StefaanVL | Geen commentaar »

Boek over Lily Castel, de zangeres met de diamanten stem

Alex De Teyger
Lily Castel
Een lied, een leven, een liederlijk leven

Als je “Lily Castel” intikt op de zoekbalk krijg je een lijst te zien van 11.400 hits. Elfduizend daarvan gaan over het Eurovisie Songfestival in 1971 in Dublin, toen ze samen met Jacques Raymond het door geelzucht gevelde duo Nicole en Hugo letterlijk ter elfder ure ging vervangen. Bij het uitkomen van dit boek in 2011 zal dit zanghistorisch feit ook al veertig jaar geleden zijn.
Stadsgenoten van La Lily weten maar al te goed dat de charmante zangeres zo veel meer op haar palmares heeft. Ze begon in de jaren vijftig bij het Gezelschap Bert Joris en stond zelfs drie weken met Willy Lustenhouwer op de planken. Daarna was ze vijf jaar lang de vaste orkestzangeres van Michel Remy in de legendarische Chalet du Sud, kaapte in 1964 drie prijzen op het Songfestival in Polen en was 7 jaar na elkaar dè radio- en televisievedette op het Noordzeefestival, Canzonissima, de Knokke Cup, de Gouden Sirene en Het Muziekkasteel. Ze toerde met het Festivalorkest van de BRT door Skandinavië en het toenmalige Oostblok, vertegenwoordigde ons land op festivals in Malta en Cuba, ging op toernee met Gaston en Leo, was de coach van de Oost-Vlaamse ploeg voor de Baccarabeker én de coach van het nationale team in de Internationale wedstrijd voor Zangvoordracht alias de Knokke Cup. In haar geboortestad Gent speelde ze toneel, cabaret en revue, interviewde bij stadsradio Roeland tien jaar lang alle BV’s en BG’s en was ook nog eens tien jaar de ‘leading lady’ van de Gentse Feestenshow op het Laurentplein.
Journalist en Gentse variétéreporter ADT vond het de hoogste tijd om deze misschien minder bekende en in de vergetelheid rakende ‘STORY of LILY’ te verzamelen in een navenant naslagwerkje. Hopelijk beleeft de lezer evenveel plezier aan dit boek als de auteur aan zijn interviews en opzoekingswerk.
Alex De Teyger
Lily Castel
Een leven, een lied, een liederlijk leven
.
Paperback, 16x 24cm, 74 pagina’s.
Met talrijke foto’s in kleur en zwart-wit.
Omslagontwerp & lay-out: Antoine Bomon
ISBN: 9789490243333
Prijs België & Nederland: € 14,95
(tot 31/09/11 worden geen verzendingskosten aangerekend)
Hoe het boek verkrijgen?
Voor België: Het boek wordt u thuisgestuurd na storting van € 14,95 op rekeningnummer 979-5932740-31 (met vermelding ‘1 ex. Lily Castel’.
Voor Nederland: € 14,95 vanuit Nederland op IBAN nummer BE04 9795 9327 4031 (BIC ARSPBE22) met vermelding: ‘1 ex. Lily Castel’.
info@bola-editions.be
Uitgeverij Bola Editions

Gearchiveerd onder: Diamant algemeen, Moet je gezien hebben | Gepost op 5 augustus 2011 door StefaanVL | Geen commentaar »

Memorial Ivo Van Damme sluit ook in 2011 Diamond League af

De IAAF maakte de kalender van de Diamond League voor 2011 bekend. Brussel sluit naar goede gewoonte opnieuw het seizoen af op vrijdag 16 september.

Gearchiveerd onder: Moet je gezien hebben | Gepost op 8 juli 2011 door StefaanVL | Geen commentaar »

Hoe de helderheid van diamanten verhogen

Eeuwenlang a zoekt de mensheid naar manieren om de helderheid van diamant, en bijgevolg de waarde, te verhogen. Er zijn intussen verschillende technieken ontwikkeld om diamant meer helder te maken.

Laserboren

De techniek van het laserboren is de bekendste en dateert al uit de jaren 1970. Het principe bestaat erin met een laserstraal een klein gat van ongeveer 20 micrometer in de richting van de donkere inclusies te boren. Na het boren wordt de inclusie afgebleekt met zuren. Dit heeft een permanent effect.
Laserboren wordt intussen aanvaard door de World Federation of Diamant Bourses, met als beperkende voorwaarde dat dit moet vermeld worden bij elke transactie. Je ziet het dus op het certificaat van de diamant.

Geoefend oog

Laserboren kan je met een geoefend oog identificeren. Doorgaans is het gat van het laserboren georiënteerd in een richting parallel met de as van de ‘table culet’, dus de basis van de diamant. In deze richting kan je het gat minder goed zien vanuit de kroon.
Kan je langs de achterkant, dan ziet het gat er enigszins uit als een klarinet of het gat van een nagel. Het smalste deel van het gat is verbonden met de inclusie, en het wijdste deel met de oppervlakte van de steen. Het geheel wordt helemaal weerspiegeld door de facet.

Fracturen van de diamant vullen

Het vullen van de fracturen van de diamant is een techniek die in de jaren 1980 ontwikkeld werd. De techniek bestaat erin gaten aan de oppervlakte te vullen met een glasvulsel op basis van lood. Ook interne breuken, zoals deze die door de techniek van het laserboren met de oppervlakte zijn verbonden, kunnen gevuld worden.
Bij deze techniek worden de diamanten eerst gereinigd en dan gevuld, doorgaans vacuüm, met gesmolten glas bij hoge temperaturen. Nadien worden de diamanten weer afgekoeld en gereinigd vooraleer het glas van de oppervlakte te verwijderen.
Deze behandeling is niet blijvend, en wordt ook niet aanvaard door de World Federation of Diamant Bourses.
Zvi Yehuda was de eerste om dit soort diamanten te produceren, later gevolgd door onder meer Koss & Shechter Diamonds, Chromagem, Doctor Diamond en Goldman Oved Diamond.

Flash effect

Diamanten met opgevulde fracturen zijn te herkennen aan het flash effect, zijnde een lichteffect dat parallel langs de breuk van de steen loopt, dit in de kleuren blauw, violet, roze, oranje en groengeel. Het effect wordt duidelijker zichtbaar onder vergroting.
Soms zijn ook gasbubbels te zien met de structuur van een vingerafdruk, net als de structuur van het vloeibaar glas. Het flash effect kan verward worden met de irisatie (lichtbuiging) van de nog niet gevulde gaten.

Om deze verwarring te vermijden, kan het nuttig zijn methodes te gebruiken om de gevulde van de ongevulde breuken te scheiden. Een geheugensteuntje hierbij is dat het flash effect best zichtbaar is vanuit een hoek parallel met de breuk. Vanuit een hoek loodrecht op de ongevulde breuk kan je een waaier aan variabele regenboogkleuren zien. Ongevulde breuken hebben een typische pluimachtige verschijning.

Niet aanvaard

Zoals gezegd wordt deze techniek niet aanvaard door de wereldfederatie van diamantbeurzen. De reden is duidelijk: de behandeling is niet stabiel. Het vulmateriaal kan van plaats veranderen, verkleuren of beschadigd raken onder invloed van het blootstellen aan ultrasone reinigingsmethodes, ultraviolet licht, de intense hitte tijdens de reparatie en de behandeling met zuren.

Gearchiveerd onder: Diamant algemeen | Gepost op 1 juni 2011 door StefaanVL | Geen commentaar »

Het slijpen van diamant

Diamantslijpen is een ambacht. De diamantslijper drukt de kostbare edelsteen tegen een snel draaiende schijf, waarbij hij ervoor moet zorgen dat hij de diamant met precies de juiste druk en in de juiste richting tegen de slijpschijf houdt. De slijpschijf is een gietijzeren schijf die is ingewreven met diamantpoeder in olie. Gaat het slijpen fout, bijvoorbeeld doordat de diamant onder een foute hoek tegen de schijf wordt gedrukt, dan slijpt de diamant niet en raakt de met zorg geprepareerde schijf beschadigd.

De slijper herkent de juiste oriëntatie en druk aan de zingende toon tijdens het slijpen en aan de wrijving die de diamant ondervindt. Als de druk en het toerental van de slijpschijf te laag zijn, dan slijpt de diamant niet snel genoeg. Is de druk te hoog, dan vindt er geen goede slijping plaats. Bij goed slijpen haal je ongeveer tien micrometer diamant per minuut weg. De schijf maakt 3000 omwentelingen per minuut. Meer mag niet, anders kan hij uit elkaar spatten.
Het prepareren van de slijpschijf en het slijpen van de diamanten eist veel kundigheid van de diamantslijpers, die de techniek meester zijn geworden door persoonlijke overdracht van kennis en opgedane ervaring tijdens hun lange opleiding. Het feit dat diamantslijpen nog steeds een ambachtelijk karakter heeft – de slijpopstelling is eenvoudig en het slijpen gebeurt volledig handmatig – komt mede doordat het microscopische mechanisme van het slijpen tot voor kort onbekend was.
Een diamant slijpt, daar gaat niets van af (of juist wel), maar hoe precies? Waarom slijpt hij in deze oriëntatie niet en in die wel? Met zijn ervaring heeft de diamantslijper de microscopische theorie weliswaar in zijn vingers, maar niet in zijn hoofd. De onwetendheid doet het vak van diamantslijper omhullen met een waas van mystiek.
Wat gebeurt er precies met de koolstofatomen van de diamant tijdens het slijpen? Er is harde wetenschap nodig om de extreem harde stof zijn mysteriën te doen prijsgeven. Pas onlangs slaagden onderzoekers van de universiteiten van Cambridge en Nijmegen erin om de raadselen te ontsluieren.

Symmetrie

Elk koolstofatoom in diamant is chemisch gebonden aan vier buuratomen. Deze vier vormen samen een tetraëder, een regelmatig viervlak. De gezamenlijke tetraëders vormen een kubisch rooster; in een enkele kubus liggen vier tetraëders. Zo’n kubus heeft drie verschillende symmetrieassen. De lichaamsdiagonaal van de kubus is zo’n as: de rotatie om die as over 120° maakt dat de kubus in zichzelf overgaat. Langs de verschillende symmetrieassen zijn de eigenschappen van diamant anders. Vandaar dat de slijpsnelheid afhangt van de slijprichting.
Het regelmatige patroon van koolstofatomen zie je terug in de kristalfacetten van veel ruwe diamanten. Die hebben dezelfde rotatiesymmetrieën als het kristalrooster. Het driepuntsvlak bijvoorbeeld is het vlak loodrecht op de driepuntsrichting. De verschillende facetten hebben andere eigenschappen. De hardheid, of het gemak waarmee je een facet kunt slijpen, hangt af van het vlak en van de richting waarin je slijpt. Een diamant heeft zes vierpuntsvlakken, acht driepuntsvlakken en twaalf tweepuntsvlakken.
Diamant bestaat uit enkel koolstof. Elk koolstofatoom is verbonden met vier andere koolstofatomen door een (covalente) chemische binding. De atomen samen vormen een kubisch rooster (rechtsboven), een hechte kooiconstructie waaraan diamant zijn speciale eigenschappen ontleent. Vanwege de ruimtelijke constructie is diamant extreem hard, dat wil zeggen bestand tegen buigen, breken en plastisch vervormen. De atoombindingen in het netwerk geven de edelsteen ook bijzondere optische eigenschappen: transparantie, een hoge brekingsindex en een grote kleurschifting. Diamant is dus een uitstekend prisma. In combinatie met de zeldzaamheid van diamant maken deze eigenschappen het tot een begeerd, fonkelend juweel dat vrijwel onverslijtbaar is.
Alle chemische bindingen tussen de koolstofatomen lopen evenwijdig aan een van de drie driepuntsassen. Het driepuntsvlak, het vlak loodrecht op de driepuntsas, doorsnijdt per oppervlakte-eenheid het laagste aantal bindingen. Daarom is het doorsnijden of kloven van de diamant langs dit vlak het gemakkelijkst.
De tweepuntsrichting is de as door het midden van twee tegenoverliggende ribben van de kubus. De rotatiesymmetrie langs de tweepunt is 180°. De vierpuntsrichting tenslotte is de as door de middens van twee tegenoverliggende vlakken; de rotatiehoek is hier 90°.
De onderliggende symmetrie van de koolstofatomen openbaart zich in de vorm van veel natuurlijke diamanten (zie afbeelding boven). Het vierpuntsvlak is bijvoorbeeld het vlak loodrecht op de vierpuntsrichting. De hardheid van diamant hangt af van het kristalvlak en van de richting in dit vlak.

Kristalfacetten

Iedere diamantslijper weet dat het slijpen van de koolstofkristallen wordt bepaald door de oriëntatie van het kristal, de preparatie en conditie van de slijpschijf en de uitgeoefende druk. Een diamant is simpelweg een blok koolstof – het is de kristalstructuur die de edelsteen zijn bijzondere eigenschappen verleent.
De koolstofatomen in het kristal zijn volgens een periodiek patroon gerangschikt. Dat zorgt ervoor dat diamant, zoals trouwens elk kristal, anisotroop is: hij vertoont bijvoorbeeld niet onder alle hoeken dezelfde hardheid. De symmetrie van de microscopische atoompatronen openbaart zich door de kristalfacetten van een natuurlijke diamant: zij zijn in wezen een macroscopische verwezenlijking van de microscopische structuur. De diamantslijper weet dat, en weet ook dat de verschillende kristalfacetten elk andere eigenschappen hebben.
De belangrijkste facetten van het diamantkristal zijn het tweepunts-, het driepunts- en het vierpuntsvlak. Deze drie facetten vertonen extreme verschillen in hun slijpsnelheid (de dikte-afname per tijdseenheid). Slijpers spreken van ‘harde’ en ‘zachte’ richtingen, die respectievelijk moeilijk en makkelijk slijpen. De slijpsnelheid hangt af van het facet dat je aan het slijpen bent en van de slijprichting in dit facet. Zo slijpt het driepuntsvlak vrijwel niet.
Het tweepuntsvlak en het vierpuntsvlak slijpen juist erg goed als de slijprichting naar een vierpuntsvlak wijst; de diamantbewerker moet dan zelfs oppassen dat hij niet te veel wegneemt. Slijpen in een richting die daarvan sterk afwijkt, is daarentegen onmogelijk. Voor de diamantslijper is een goede kennis van de harde en zachte slijprichtingen voor alle mogelijke kristalvlakken essentieel.

Anisotroop

De Engelse onderzoeker Tolkowsky ondernam de eerste poging om van diamantslijpen een wetenschap te maken. In de jaren twintig van de huidige eeuw mat hij de slijpsnelheid van de diverse kristalfacetten en slijprichtingen. Het resultaat was een dramatische anisotropie: in het tweepuntsvlak bijvoorbeeld, bleek de verhouding tussen de slijpsnelheid van de vierpuntsrichting en de tweepuntsrichting groter dan duizend. Dat had elke diamantslijper hem natuurlijk direct kunnen vertellen.
Tolkowsky’s verdienste was dat nu voor het eerst de slijpsnelheden kwantitatief waren gemaakt. Wat hij nóg ontdekte, was dat de slijpsnelheid recht evenredig toeneemt met het toerental van de schijf. Dat lijkt niet spectaculair? Toch wel, want in de wetenschap zijn het dit soort verbanden die het mogelijk maken om de ene theorie te kunnen verwerpen ten gunste van de andere. De evenredigheid tussen dikte-afname en toerental die Tolkowsky vond zou later dan ook cruciaal blijken.

Harder dan hard

Feitelijk is het vanwege de anisotropie van de diamant dat er überhaupt nog iets te slijpen valt. Al in de Oudheid en de Middeleeuwen wisten ambachtslieden dat je edelstenen kon slijpen met een materiaal dat harder was dan die edelsteen. In de hiërarchie van hardheden staat de diamant als koning bovenaan. Je zou dus zeggen dat diamant alles slijpt maar nergens mee te slijpen is. Dat is inderdaad lang zo geweest: tot aan het einde van de 14e eeuw waren de enige in Europa bekende diamanten natuurlijke, onbewerkte kristallen.
De meest gewilde vormen waren de octaëder en de dodecaëder. Dat is geen toeval: de octaëder (achtvlak) en de dodecaëder (twaalfvlak) zijn twee van de vijf regelmatige veelvlakken en behoren dus tot de meest volmaakte wiskundige vormen. Het spreekt buitengewoon tot de verbeelding als de natuur de schoonheid van de wiskunde in de vorm van een flonkerend juweel kan belichamen. De octaëder is de oorspronkelijke groeivorm van de diamant. De dodecaëder ontstaat op het moment dat een vulkanische eruptie de diamanten vanuit het binnenste van de aarde omhoog brengt.

Diamant met diamant

Pas in het begin van de 15e eeuw bleek dat er een koning nodig was om een koning te onttronen: diamant slijp je met diamant. De ontdekking was dat je diamantpoeder kon gebruiken om de natuurlijke groeivorm van de koolstofblokken te corrigeren. Al snel begon de fantasie te werken en slepen de ambachtslieden puntsteen, rozenslijpsel en spiegelsteen. Die evolueerden tot de moderne slijpvarianten, zoals de briljant.
De slijpschijf is een gietijzeren schijf van ongeveer dertig centimeter doorsnee. De bewerker wrijft de schijf in met een mengsel van fijn diamantpoeder en olie. De korreltjes in het poeder, één tot tien micrometer groot, hechten zich in de poriën van de metalen schijf, die vervolgens ‘ingewerkt’ wordt met een goedkope diamant. Dat wil zeggen: er wordt een diamant mee geslepen, zodat de korreltjes die in de zachte richting georiënteerd zijn, afslijpen.
De harde richtingen blijven over en maken het mogelijk een diamantkristal in de zachte richtingen te slijpen. De diamantkorreltjes slijten nauwelijks. Bij zorgvuldig werken gaat een ingewerkte slijpschijf weken tot maanden mee. Als de bewerker een diamant in de harde richting probeert te slijpen, dan raakt de schijf binnen enkele minuten beschadigd en moet ze opnieuw worden schoongemaakt, ingewreven en bewerkt

Groeven en ruggen

Het was Tolkowsky die met de eerste hypothese voor het slijpen kwam. In 1920 opperde hij dat het slijpen plaatsvindt door het afkloven van zeer kleine kristalfragmenten. Omdat je diamant alleen langs de driepuntsvlakken gemakkelijk kunt kloven, moeten deze stukjes kleine tetraëders (viervlakken) of octaëders zijn. Tolkowsky’s model werd vanaf de jaren vijftig verfijnd en met verve verdedigd door het Engelse onderzoekersechtpaar John en Eileen Wilks.

Nanokloofmodel

Volgens dit nanokloofmodel bestaat een diamantoppervlak dat in een harde richting geslepen is, louter uit parallele groeven en ruggen. De ruggen, die als het ware bestaan uit reeksen elkaar steunende tetra- en octaëders, maken het weghalen van een los veelvlakje moeilijk. Een diamantoppervlak geslepen in een zachte richting is volgens de hypothese daarentegen ruw. Het bestaat uit een verzameling van elkaar niet steunende tetra- en octaëders, los verspreid over het kristaloppervlak. Die zijn dus gemakkelijk te verwijderen.
Met een gewone optische microscoop waren de ruggen echter niet te zien. Opnamen met een elektronenmicroscoop suggereerden dat de kristalfragmentjes zo’n tien nanometer groot zouden zijn. Die tien nanometer was tegelijkertijd de detectielimiet van de microscoop en de preparatietechniek. De conclusie was dus niet bepaald solide.

Thermische model

In 1958 introduceerde de Brit Michael Seal een alternatieve hypothese. Hij dacht dat tijdens het slijpen het koolstof door de wrijvingshitte zou verworden tot grafiet of zelfs zou verbranden tot koolmonoxide of koolstofdioxide. De wrijvingsweerstand van een diamant is tijdens het slijpen in de zachte richting veel hoger dan in de harde richting, zodat in het eerste geval veel meer wrijvingswarmte ontstaat.
Dat verklaart inderdaad de snellere slijpsnelheid van de zachte richting. In een chemische reactie (zoals omzetting van diamant in grafiet of verbranding) neemt de reactiesnelheid vrijwel altijd exponentieel toe met de temperatuur. Tolkowsky had echter gevonden dat de slijpsnelheid evenredig is met de draaisnelheid van de schijf. Seal kon daarom zijn thermische model weer ten grave dragen.

Attritiemodel

Seal liet het daar niet bij, en sloeg in de jaren zestig terug met zijn attritiemodel. Met een diamantnaald kraste hij over diamantplaatjes, zowel in de harde als in de zachte richtingen. Hij concludeerde uit deze frictieproeven dat tijdens het krassen individuele of kleine groepen koolstofatomen van de diamant losraken. Bij lage translatiesnelheden, inherent aan de frictieproeven van Seal, reageert het koolstof met de lucht tot een wasachtig product. Omdat de anisotropie in slijtage tijdens de trage frictie-experimenten gelijk bleek te zijn aan die tijdens het snelle diamantslijpen, concludeerde de Engelse onderzoeker dat zijn experimenten geschikt waren om het mechanisme van het diamantslijpen te achterhalen.
Een consequentie van het attritiemodel is dat na polijsten een diamantoppervlak bijna vlak is of eventueel uit egale groeven bestaat. Dat geldt zowel voor de zachte als de harde richtingen. Over de wijze waarop de koolstofatomen van het kristaloppervlak weggeplukt werden, kon Seal echter niets zeggen.
In het midden van de jaren zestig stonden de twee modellen om het diamantslijpen te begrijpen lijnrecht tegenover elkaar. Volgens het nanokloofmodel verdwijnen tijdens het slijpen tetra- en octaëders, terwijl het attritiemodel het heeft over kleine groepjes koolstofatomen die eventueel met de omgevingslucht reageren. Tot aan het begin van het huidige decennium bleef de patstelling gehandhaafd.

Moderne onderzoeksmethoden

Met een atomic-force-microscoop kun je details tot op moleculaire schaal zichtbaar maken door met een fijn tipje een kristaloppervlak af te tasten. Microscopisch kleine monsters kun je onderzoeken met spectroscopie in een elektronenmicroscoop. Snelle computers kun je inzetten om de moleculaire processen aan kristaloppervlakken te simuleren aan de hand van de kwantummechanica. Ziedaar de verworvenheden van de laatste decennia, de technieken die je kunt inzetten ter ontrafeling van het slijpmysterie. Het begon aan de universiteit van Nijmegen.

Atomic-force-microscoop

De atomic-force-microscoop is een instrument waarmee je geweldig kunt inzoomen. De foto toont een opname van een diamantoppervlak geslepen in een harde richting. De harde richting laat een ruw oppervlak zien.
De Braziliaan Marcos Couto scande daar met de atomic-force-microscoop geslepen diamantoppervlakken. Hij vond dat de diamantoppervlakken die in een harde richting waren geslepen, ruw zijn. De zachte slijprichtingen leverden gladde groeven op. Dat was tot ieders verbazing precies het tegenovergestelde van de bewering van het nanokloofmodel.
De harde slijprichtingen lieten geen ondersteunende tetra- en octaëdertjes zien, maar vertoonden wel veel breuken en kloven. Het was duidelijk dat het slijpen hier geschiedt door het afbreken van kleine kristalsplinters. Het nanokloofmodel behaalde daarmee een succesje.
De zachtere slijprichtingen zijn voor de diamantbewerker veel belangrijker. Diamantplaatjes geslepen in één van de zachte richtingen zagen er heel anders uit. Ze leken veel meer op de gladde, geplooide oppervlakken zoals die voorspeld waren door het attritiemodel. Blijkbaar vond hier geen afsplintering van diamantfragmentjes plaats, maar werden de atomen individueel of in kleine groepjes verwijderd.
Het zwarte poeder dat tijdens het slijpen ontstaat, werd geanalyseerd door de universiteit van Cambridge. De analyse bevestigde de bevinding: het poeder bestond niet uit diamantsplintertjes, maar uit amorf, grafietachtig koolstof. Een flink succes voor het attritiemodel.

Computersimulatie

Maar hoe komen die koolstofatomen los van het diamantoppervlak? Het attritiemodel vertelt alleen dat ze in kleine groepjes loskomen, maar vertelt er niet bij hoe dat gebeurt. Dat is een erg lastige vraag, omdat je nu eenmaal moeilijk met een elektronenmicroscoop of met spectroscopie een stukje diamant kunt bekijken tijdens het slijpen. De computer biedt hier soelaas.
Theoretici aan de Universiteit van Cambridge simuleerden op de computer de atomaire processen tijdens het slijpen van een tweepuntsvlak. Wat blijkt? Als dit vlak in de tweepuntsrichting wordt geslepen, steunt een hele reeks van bijna achter elkaar liggende atomen het voorste atoom. Dat laat zich daardoor nauwelijks verwijderen. Dit correspondeert dientengevolge met de harde polijstrichting.

Grafietvorming

De bewerking in de zachte vierpuntsrichting geeft een ander beeld. De oppervlakteatomen vinden in deze richting geen ruggesteun, zodat de atoombindingen sterk vervormen. Zó sterk, dat de bindingen van viervoudig gebonden naar drievoudig gebonden overgaan. Met andere woorden: de koolstofatomen verkrijgen de eigenschappen van het veel zachtere grafiet, dat louter uit drievoudig gebonden koolstofatomen bestaat.
Grafietvorming is dus de oorzaak van het snelle polijsten in de zachte richtingen. De grafietvorming ontstaat door de vervorming van de atoombindingen en heeft niets met de temperatuur te maken. Beide processen, nanokloven voor de harde polijstrichting en attritie voor de zachte, zijn mechanisch geactiveerd en niet thermisch. Dat verklaart de observatie dat de slijpsnelheid recht evenredig is met de omwentelingssnelheid van de slijpschijf.
De puzzel is daarmee opgelost. Zowel Seal als Tolkowsky hadden gelijk; het microscopische mechanisme vindt zijn verklaring niet simpelweg in een enkel model, maar hangt af van de slijprichting. Natuurlijk dienen de modellen nog verfijnd te worden: bij het slijpen spelen chemische processen een secundaire rol, zoals de adsorptie van en reactie met zuurstof, ijzer en waterstof. Om hier inzicht in te krijgen moeten uitgebreidere computersimulaties en nieuwe in-situ oppervlakteanalysetechnieken ingeschakeld worden.

Carat Color Clarity Cut

De waarde van een geslepen diamantkristal wordt bepaald door de vier C’s: Carat, Color, Clarity en Cut. In tegenstelling tot de karaat bij goud, die de zuiverheid geeft, duidt die van diamant het gewicht van de steen aan. Een karaat is 0,2 gram. Omdat grote diamanten veel zeldzamer zijn dan kleine, neemt de prijs exponentieel toe met het gewicht.
De kleuren Champagne en Cape Yellow (respectievelijk bruin en bleekgeel) zijn minder geliefd dat de ‘witte’ diamanten. Meestgeliefd is River, wit met een zwakblauwe zweem. Oneerlijke lieden pogen soms eigenaardige kleurschakeringen kunstmatig aan te brengen. Een deskundige met de juiste spectroscopische apparatuur trapt hier echter niet in.
Voor de juwelier is een diamant zuiver als hij met een goede loep geen insluitsels kan zien. Die insluitsels, die in de meeste diamanten wel voorkomen, doen de prijs drastisch kelderen, hoewel ze voor de geoloog juist uitermate interessant zijn. Ze vertellen namelijk over de omgeving waarin de diamant is ontstaan: in de bovenmantel van de aardkorst op zo’n tweehonderd kilometer diepte. Uit de chemische samenstelling van de insluitsels blijkt dat de kristallen zijn gegroeid bij een temperatuur van 1200°C en een druk van zestig kbar (ca. 6.109 Pa).
Het vakmanschap van de slijper bepaalt ten slotte de vierde C. De diverse facetten moeten precies in elkaar passen en exact op hetzelfde punt eindigen. Het type slijpsel, zoals briljant, baguette of smaragd, is evengoed prijsbepalend maar wel erg modegevoelig.

Kloven, lasersnijden en meer

Al voordat diamanten werden geslepen, gebruikten diamantbewerkers vaak de techniek van kloven. Je kunt diamant splijten langs een driepuntsvlak, het zwakste vlak in het kristalrooster. De klover brengt daartoe eerst een kerf in het oppervlak aan. Een stomp mes in deze kerf en een klap met een houten hamer doen de rest.
Met kloven loop je wel een risico, want in plaats van twee diamanten houd je soms een hoopje diamantsplinters over. Daarom worden ze tegenwoordig vaker doorgezaagd dan gekloofd. Het principe van zagen is hetzelfde als dat van slijpen. Je gebruikt een dun, sneldraaiend schijfje van fosforbrons, ingewerkt met diamantpoeder en olie, en je moet over flink wat geduld beschikken. Het kost zo’n tien uur om een eenkaraats diamant door te zagen.
Als je niet hecht aan de traditionele methoden, kun je ook een laser gebruiken om diamanten te bewerken. De laserstraal, enkele micrometers dik, zorgt ervoor dat een gedeelte verdampt en een gedeelte omgezet wordt in grafiet. Omdat het lasersnijden onafhankelijk is van de oriëntatie van het kristal, is de techniek erg flexibel. Hij wordt dan ook niet zozeer toegepast voor de diamant als juweel, maar voor de diamant in industriële toepassingen. Hetzelfde geldt voor meer exotische technieken zoals vonkverspanning en plasma-etsen, waarmee je microscopisch kleine, ingewikkelde patronen aan kunt brengen.

Auteurs
dr. Willem van Enckevort en dr. ir Frank van Bouwelen
in Natuurwetenschap & Techniek woensdag, 30 september 1998

Gearchiveerd onder: Diamant algemeen, Moet je gezien hebben | Gepost op 26 mei 2011 door StefaanVL | Geen commentaar »

.

Recente artikels

Categorieën

Copyright © 2012 Diamant info. All rights reserved.

Tech Blue designed by Hive Designs • Ported by Free WordPress Themes en vertaald door Piet